Skip to main content
Nationale Investeringsbank
Een oproep aan de politiek

Nederland met een nationale investeringsbank van het slot

Meer dan zeventig vooraanstaande mensen uit de Nederlandse economie, wetenschap en samenleving roepen de politiek op snel een volwaardige nationale investeringsbank op te richten, naar het model van de ons omringende landen. Een bank met leverage en een stevige balans, een bestuur dat het vertrouwen heeft van de markt, at arm's length van de overheid, voor kredietverlening buiten EMU-tekort en schuld.

Nederland staat voor grote transities op het gebied van digitalisering, infrastructuur, energieopwekking en -distributie, voor de uitbouw van onze defensie en de hervorming van landbouw en voedselproductie, en moet zorgen voor een gezond technologieklimaat waarin innovatieve bedrijven kunnen groeien, bloeien en blijven en waarin onze data veilig zijn. Uitdagingen die door de afwezigheid van een nationale investeringsbank en een kapitaaldienst bij de Rijksoverheid gedoemd zijn om wensen te blijven.

KAPITAAL 1 FINANCIERING 10
Brief aan de Tweede Kamerfracties Noodzakelijke investeringen in infrastructuur zijn mogelijk — lees hoe een nationale investeringsbank miljarden aan infrastructuurinvesteringen mogelijk maakt op een financieel verantwoorde manier.
10 op 1 Met elke ingelegde euro kan de bank tien euro aan financiering verstrekken. Bij leningen en subsidies van de overheid is dat 1 op 1.
€ 10 mrd Eigen vermogen als benedengrens. Daarmee kan € 100 miljard aan kredieten worden verstrekt.
Buiten EMU Uitvoering door bankiers en industrie-experts op afstand van de overheid: geen impact op EMU-tekort en -schuld.
Actueel

Nieuwsberichten

Onze berichten zijn tevens te vinden op ons LinkedIn-account.

Zoveel economen zoveel meningen, of, zoals de Amerikaanse president Harry S. Truman het zei: "Give me a one-handed economist! All my economists say, 'On the one hand...' and 'On the other...'" 

Onlangs bepleitte het Haagse Instituut voor Publieke Economie onder aanvoering van voormalig CPB-directeur Coen Teulings een nationale investeringsbank die zich uitsluitend richt op financiering van de grote transities (infrastructuur, energietransitie), niet van start- en scaleup ondernemingen. Vandaag bepleit het Haagse Centraal Planbureau onder aanvoering van de huidige CPB-directeur Pieter Hasekamp precies het omgekeerde: een nationale investeringsbank die wél ondernemingen financiert maar juist niet de grote transities. 

Wat deze economen gemeen hebben, is dat zij beide vinden dat de nationale investeringsbank er moet komen. Die eensgezindheid is op zichzelf al bijzonder! De realiteit is dat de NIB, net als de nationale investeringsbanken in andere landen en de EIB op Europees niveau, allebei moet gaan doen: financiering van zowel ondernemingen als de grote transities, en dat onder strikte voorwaarden die in de governance van deze instelling stevig moeten worden verankerd: professioneel, op afstand van de Haagse politiek en ambtenarij, onder toezicht van DNB en AFM, aanvullend aan de markt, en voortdurend gericht uitsluitend op ondervangen van markt- en overheidsfalen. Uiteraard gaat het daarbij niet om subsidies, maar om financiering die de NIB met een beperkt rendement kan terugverdienen en waar de markt niet in voorziet. 

Op de inhoud van de bijdrage van het Centraal Planbureau valt veel aan te merken. Anders dan deze Haagse economen lijken te denken financiert de markt niet zomaar alles. Denk aan de markt voor zeer langlopende infrafinanciering – dat kunnen de banken door toedoen van het toezicht niet meer doen, het is derhalve niet voor niets dat de EIB op die markt in vele landen, waaronder Nederland (!), actief is. Ook de gedachte dat financiering door de NIB marktconform zou moeten zijn is een wonderlijke: marktconform is een overheidsbank juist per definitie niet, zoals weer een andere econoom, Bas Jacobs, al overtuigend betoogde. De Haagse economen waarschuwen tegen een NIB die een lager dan marktconform rendement moet accepteren, want volgens hen zou de NIB dan feitelijk een impliciete subsidie verstrekken. Maar de NIB moet uitsluitend financiering verstrekken die de markt helemaal niet biedt (dat is per definitie niet marktconform), en tegen een rendement dat voldoende is voor de NIB om de eigen broek op te houden. Zo doen andere Europese landen dat, buiten de EMU-criteria. Waarom kan Nederland dat niet? 

Zou de tijd van praten, praten, praten in ons land niet langzamerhand voorbij moeten zijn? Misschien een gekke gedachte: laten we eens wat gaan doen. Opdat bedrijven én bruggen in het land er beter van worden. 

In reactie op de Miljoenennota bepleiten brancheorganisaties in transport, logistiek en vervoer (zoals de Rotterdamse havenwerkgevers verenigd in Deltalinqs, Koninklijke Binnenvaart Nederland, en vereniging Rover) dat de nieuw op te richten nationale investeringsinstelling een belangrijke rol gaat krijgen in een meerjarige investeringsagenda voor de fysieke infrastructuur. Een overheidsbank, zoals ook andere landen en medeoverheden die kennen, kan grootschalige infrastructuurprojecten financieel structureren, en de benodigde financiering mobiliseren uit de eigen balans alsmede van institutionele beleggers zoals pensioenfondsen. Het wegnemen van de financiële bottleneck voor investeerbare projecten kan een doorbraak betekenen voor de slagkracht van Rijkswaterstaat om de Nederlandse infrastructuurcrisis het hoofd te bieden.

Uit de vandaag gepubliceerde Miljoenennota en Kamerbrief lijkt het er op dat het kabinet vaart gaat maken met de oprichting van een nationale investeringsinstelling (NII) op afstand van de overheid en met een brede missie. Het kabinet kondigt aan dat nog deze maand een uitgebreide aankondiging volgt, maar licht nu al een belangrijke tip van de sluier op.

De Kamerbrief stelt dat het van belang is dat Nederland toewerkt naar een NII die zich qua schaal en expertise gaat meten aan haar Europese evenknieën, en optreedt als centrale Nederlandse partner van de Europese Investeringsbank (EIB) en andere Europese en internationale instellingen.

Dat is verheugend, immers daarmee wordt aan de NII een missie meegegeven die breder is dan start- en startup financiering en ook vervoer- en transportinfrastructuur, energienetwerken en defensie zal omvatten. Over de missie van de EIB valt op de Nederlandse website van deze Europese investeringsbank te lezen: "We ondersteunen Nederland met investeringen die variëren van grote infrastructuurprojecten zoals de Blankenburgtunnel tot innovatie die de veiligheid, veerkracht en groene groei van Europa versterkt. Onze financiering is gericht op defensiegerelateerde innovatie, hightechbedrijven en modernisering van het nationale elektriciteitsnet, naast venture debt voor deep-tech en innovaties op landbouwgebied en oplossingen die kritieke onderwaterinfrastructuur beschermen. We ondersteunen ook geavanceerde medische en sensortechnologieën, en zetten ons tegelijkertijd in voor een klimaatbestendige drinkwatervoorziening en een betrouwbaar energienet."

Dat belooft veel goeds voor de Nederlandse nationale investeringsbank en de aankondiging later deze maand, nu het kabinet gehoor geeft aan de brede oproep uit economie en Kamer om de nieuwe instelling ook een belangrijke rol te geven voor de genoemde grote transities.

Op 3 september vond in de Tweede Kamer het plenaire debat plaats over het rapport van Peter Wennink over het verdienvermogen van de Nederlandse economie. De nationale investeringsbank kwam daarbij uitgebreid aan de orde. Veel fracties vinden dat het allemaal veel te lang duurt. De Kamer maant het kabinet to spoed. De wereld staat niet stil. De minister van Financiën praat al anderhalf jaar lang over de NIB zonder dat er iets is gebeurd. De Kamer vraagt nu actie van het kabinet, om een slagvaardige NIB op te richten en met spoed operationeel te krijgen.

Ook dringt de Kamer erop aan dat de fysieke mobiliteitsinfrastructuur concreet en expliciet onderdeel wordt van de uitvoering van het rapport Wennink, en daarmee van de missie van de NIB. Om geen enkel misverstand te laten bestaan, werd daartoe zelfs een motie ingediend en aangenomen.

Bij monde van minister Herbert kondigde het kabinet aan spoedig na Prinsjesdag met concrete actie te komen. De verwachtingen zijn hoog gespannen.

Peter Wennink, oud-topman van ASML, hekelt ook in de Telegraaf het "middeleeuwse" kasstelsel van de rijksoverheid: investeringen komen in één keer volledig op de begroting te staan, in plaats van afgeschreven te worden zoals bij een baten-lastenstelsel. Hierdoor is er volgens hem nauwelijks ruimte voor economische investeringen, en hij vreest dat zijn geadviseerde investeringsagenda voor tech, digitalisering en AI grotendeels onuitgevoerd blijft.

Jeroen Kremers, jarenlang topambtenaar bij Financiën, onderschrijft Wennink's kritiek volledig. Hij wijst erop dat de overheid onvoldoende zicht heeft op achterstallig onderhoud én een strategische investeringsvisie mist. Kremers pleit al langer voor een Nationale Investeringsbank: de staat legt 10 miljard in, op basis daarvan geeft de NIB obligaties uit en maakt er zo 100 miljard van, en private partijen zoals pensioenfondsen sluiten aan om rendabele grote projecten te financieren. Hij betreurt dat het onderscheid tussen gewone uitgaven en investeringen, ooit afgesproken tussen D66 en CDA, in het latere coalitieakkoord met de VVD is verdwenen. Kremers:"Je kunt een euro maar één keer uitgeven: dat klopt, maar door vast te houden aan een achterhaalde begrotingssystematiek zonder een Nationale Investeringsbank laat Financiën miljarden ongebruikt terwijl de economie wegzakt en de infrastructuur inzakt."

"Je kunt een euro maar één keer uitgeven": dat klopt, maar door vasthouden aan achterhaalde begrotingssystematiek zonder NIB laat het kabinet miljarden ongebruikt terwijl de economie wegzakt en de infrastructuur inzakt. "We schuiven de rekening niet door naar toekomstige generaties": terecht, maar zonder NIB schuift het kabinet een wegzakkende economie en ingezakte infrastructuur door, wat nog veel kostbaarder is.

In gesprek met Vrij Nederland herhaalt Peter Wennink zijn pleidooi om de begrotingssystematiek en de uitvoeringscapaciteit van de Nederlandse Rijksoverheid op het niveau te brengen dat nodig is om in de wereld niet steeds verder achterop te raken. Om de benodigde grootschalige investeringen in verdienvermogen en infrastructuur mogelijk te maken breekt hij wederom de lans voor hervorming van de Rijksbegroting (kapitaaldienst) en voor een nationale investeringsbank. Gerenommeerde partijen zoals de Rekenkamer en het IMF gingen hem voor.

"Je kunt een euro maar één keer uitgeven": dat klopt, maar door vasthouden aan achterhaalde begrotingssystematiek zonder NIB laat het kabinet miljarden ongebruikt terwijl de economie wegzakt en de infrastructuur inzakt. "We schuiven de rekening niet door naar toekomstige generaties": terecht, maar zonder NIB schuift het kabinet een wegzakkende economie en ingezakte infrastructuur door, wat nog veel kostbaarder is.

Van alle kanten wordt het kabinet indringend gewaarschuwd voor het vastlopen van de Nederlandse infrastructuur. Rijkswaterstaat, Rekenkamer, VNG, IPO, SER, en organisaties zoals Bouwend Nederland, Koninklijke Binnenvaart Nederland en Transport en Logistiek Nederland verenigd in de Logistieke Alliantie — de rapporten zijn goed onderbouwd en dat geldt ook voor de oproep aan de ministers van IenW en Financiën om in actie te komen.

Naar schatting van de Rekenkamer is er voor de komende 15 jaar een tekort van € 34,5 miljard voor instandhouding van de netwerken van Rijkswaterstaat. Daarvan betreft ruim de helft vernieuwing (circa € 20 miljard). Naast Publiek-Private Samenwerking wordt het model van het Oostenrijkse ASFINAG genoemd: een overheidsinfrabedrijf dat grootschalig investeert in infrastructuur, maar buiten de overheidsbegroting en buiten de EMU-criteria.

In ons land zou de NIB buiten de Rijksbegroting ruimte kunnen creëren om het tekort op de vernieuwingsopgave aan te pakken (tot € 20 miljard); binnen de Rijksbegroting ruimte kunnen vrijspelen voor exploitatie en onderhoud (tot naar schatting € 14 miljard); en de uitvoeringscapaciteit leveren die Nederland nu ontbeert. Ook buiten de netwerken van Rijkswaterstaat bestaan enorme tekorten: de spoorinfrastructuur (tekort € 20 miljard), sluizen en gemalen, en de energie-infrastructuur.

Een brede coalitie van partijen uit de energie- en klimaatsector benadrukt het belang van de NIB in een brief aan het kabinet van 30 juli 2026. Als Nederland zijn strategische positie en toekomstig verdienvermogen wil veiligstellen, is het noodzakelijk om nu te investeren in de economie van morgen. Met voldoende financiële slagkracht en een duidelijk mandaat kan de nieuwe instelling een belangrijke rol vervullen in het financieren van maatschappelijke opgaven. Binnen die missie verdienen energie, klimaat en de circulaire economie een prominente plek.

Ondertekenaars: Nederlandse Vereniging Duurzame Energie, Platform Bio-economie, Energie Nederland, Energy Storage NL, Geothermie Nederland, Holland Solar, Natuur & Milieu, NedZero, Netbeheer Nederland, Nederlandse Vereniging Circulaire Economie, en de Koninklijke Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie.

Nederland staat voor grote investeringen. Voor deze megaprojecten zijn we nu nog afhankelijk van buitenlandse kapitaalverstrekkers, stelt medeondertekenaar Jan Prins in het FD. Een NIB is volgens Prins de aangewezen en noodzakelijke oplossing. Jan Prins is een autoriteit in de praktijk van grootschalige en complexe investeringen in de transities.

In een podcast met Martin Visser van De Telegraaf roept oud-topambtenaar en -Staatsraad Hans Borstlap het kabinet op te komen tot een sociaal akkoord dat de sociale zekerheid bij de tijd brengt, en belicht hij het belang van de NIB om dat mogelijk te maken. De sociale zekerheid is niet financieel onhoudbaar, maar in onze structureel krappe arbeidsmarkt moet de arbeidsdeelname fors omhoog.

Tegelijk moet de overheid de aanbodzijde van de economie versterken door meer te investeren in zaken zoals infrastructuur en energietransitie. Zo'n investeringsagenda ontbeert het kabinet, maar zou de NIB kunnen losmaken: met 10 miljard vanuit de Rijksbegroting 100 miljard aan investeringen losmaken in de aanbodzijde van de Nederlandse economie.

Brief aan de Tweede Kamerfracties

Noodzakelijke investeringen in infrastructuur zijn mogelijk

Nederland staat voor een grote opgave: onze infrastructuur moet worden onderhouden én vernieuwd om economisch sterk, bereikbaar en leefbaar te blijven. Toch lopen noodzakelijke investeringen vast — niet door gebrek aan ambitie, maar door een begrotingssysteem dat investeringen behandelt als kosten in plaats van als langetermijnvermogen.

De brief aan de Tweede Kamerfracties laat zien hoe een nationale investeringsbank kan helpen om miljarden aan noodzakelijke infrastructuurinvesteringen mogelijk te maken, op een financieel verantwoorde manier. Andere Europese landen, gesteund door de Europese Commissie, bewijzen al dat dit kan: zij creëren ruimte voor langjarige investeringen zonder hun begrotingsdiscipline los te laten.

Lees hoe Nederland kan stoppen met financiële zelfkastijding die groei en toekomstbestendigheid in de weg staat, en hoe we onze infrastructuur weer kunnen opbouwen voor de komende generaties.