Archief

Nationale investeringsbanken spelen een cruciale rol in de energietransitie




De mondiale energietransitie maakt vaart: in 2024 was meer dan 90 procent van de nieuw geïnstalleerde energiecapaciteit hernieuwbaar. Toch blijft de inzet achter bij wat nodig is om de klimaatdoelen te halen, terwijl de mondiale CO2-uitstoot in 2025 opnieuw stijgt.
In Europa wordt het financieringsvraagstuk nu het centrale front. De Europese Commissie becijfert de jaarlijkse investeringsbehoefte voor schone energie op circa 660 miljard euro tussen 2026 en 2030, oplopend tot bijna 700 miljard euro in de jaren daarna. Die schaal is onmogelijk zonder een grotere rol voor publieke financiële instellingen. De Europese Commissie komt in de binnenkort te publiceren ‘Clean Energy Investment Strategy’ met voorstellen hiervoor.
Nationale investeringsbanken, zoals de Duitse KfW en de Italiaanse Cassa Depositi e Prestiti, worden daarmee sleutelfiguren in de uitvoering van Brussels klimaat- en energiebeleid. Zij staan dicht bij lokale markten en fungeren als tussenlaag tussen Europese fondsen en concrete projecten: van regionale netverzwaring tot renovatieprogramma’s voor woningen en mkb. In combinatie met garanties en gemengde financiering van de Europese Investeringsbank (EIB) verlagen zij investeringsrisico’s en moeten zij privaat kapitaal losweken. Nederland mist enorme kansen wanneer de toekomstige Nationale Investeringsbank hier geen rol van betekenis mag gaan spelen.
Die rol is niet louter technisch. Door te bepalen welke projecten toegang krijgen tot gunstige financiering, sturen nationale investeringsbanken de feitelijke contouren van de transitie: welke regio’s eerst worden aangepakt, welke sectoren versnellen en wie het langst op fossiele infrastructuur aangewezen blijft. Daarmee verschuift een deel van de inspanning voor de energietransitie naar kredietcommissies en projectselectie – minder zichtbaar, maar steeds bepalender voor de vraag wie er wint en wie achterblijft.

Kanttekeningen bij plannen in het Coalitieakkoord voor een nationale investeringsinstelling



De kabinetsplannen voor een nationale investeringsinstelling zijn een stap vooruit voor ondernemingsfinanciering, maar schieten inhoudelijk nog tekort. Het tempo, de schaal en daarmee het ambitieniveau blijven achter bij wat nodig is om de grote economische en maatschappelijke transities te dragen. Volgens Peter Wennink is een onafhankelijke Commissaris voor Toekomstige Welvaart nodig; daarnaast pleiten economen voor een externe taskforce die de nationale investeringsbank daadwerkelijk (met vertrouwen van het te mobiliseren private kapitaal) van de grond trekt. Een dergelijke aanpak ontbreekt nog in de huidige plannen.

Opvallend is dat publieke investeringen door de nieuwe instelling lijken te worden uitgesloten. Daarmee blijft zowel de financiële ruimte als de uitvoeringscapaciteit, met name in publiek-private samenwerking, achter bij de ambities die in diverse verkiezingsprogramma’s zijn vastgelegd, waaronder die van D66, CDA, GroenLinks-PvdA, BBB, ChristenUnie en Volt.

Het kabinet kondigt wel aan in de rijksbegroting scherper onderscheid te maken tussen consumptie en investeringen, maar het is onzeker/onduidelijk of dit ook daadwerkelijk uitmondt in een gezondere begrotingssystematiek. Juist voor urgente knelpunten in publieke investeringen – in energie-infrastructuur, waterbeheer, landbouw en natuur en digitalisering – kan een stevige nationale investeringsinstelling, binnen solide budgettaire grenzen, de broodnodige extra financiële slagkracht en uitvoeringscapaciteit leveren. Zonder die versterking dreigt de kloof tussen politieke ambities en praktische uitvoering verder te groeien.

Rondetafelgesprek Vaste Kamercommissie Financiën van 2 februari: Nationale investeringsbank krijgt steun, discussie verschuift naar scope


Het initiatief voor een nationale investeringsbank krijgt in de Tweede Kamer groeiende steun.
Op de inhoud is discussie ontstaan over de eis van ‘marktconformiteit’. Critici noemen die voor een publieke investeringsinstelling onzinnig. Zij wijzen op bestaande spelers als BNG, NWB en FMO, die werken met een publieke missie, buiten de EMU-definitie van de staatsschuld vallen en toch voldoende rendement maken om financieel zelfstandig te opereren. Volgens die critici kan het ministerie van Financiën, via de Generale Thesaurie, de inrichting van de bank zó vormgeven dat aan Europese regels wordt voldaan zonder het mandaat uit te hollen.
De grootste zorg betreft inmiddels de reikwijdte van de nieuwe instelling. Als de bank zich beperkt tot ondernemingsfinanciering en publieke investeringen buiten beschouwing laat, ontstaat hooguit een ‘Invest-NL plus’ – nuttig, maar nog altijd aanzienlijk bescheidener dan vergelijkbare instellingen in andere landen en volstrekt onvoldoende voor wat nodig is. Voorstanders pleiten daarom voor een expliciete taak voor publieke projecten in de energie-, infrastructuur-, water-, landbouw-, natuur- en digitale transitie – niet alleen financiering maar ook uitvoeringskracht.
Zij benadrukken een constructieve lijn: het gaat niet om oprekken van budgettaire randvoorwaarden, de bank moet juist laten zien dat de benodigde financiële ruimte en uitvoeringskracht voor de grote transities kan worden georganiseerd binnen strikte budgettaire randvoorwaarden. Daarmee valt volgens hen het belangrijkste tegenargument van het ministerie van Financiën weg. Niet de vraag wie ‘zuinig’ is, zou centraal moeten staan, maar de beperkte uitvoeringscapaciteit van de rijksoverheid. Een krachtige nationale investeringsbank moet precies op dat knelpunt het verschil gaan maken.

Archief

Rapport Wennink: Een Nationale Investeringsbank voor onze toekomst

Wennink benadrukt dat Nederland een Nationale Investeringsbank (NIB) nodig heeft om het privaat kapitaal te mobiliseren dat vereist is voor 1,5‑2 % jaarlijkse groei. Huidige instrumenten – Invest‑NL, Invest International en regionale ontwikkelingsmaatschappijen – zijn te klein en versnipperd. De NIB wordt een nieuwe, professionele financiële instelling waarin deze entiteiten worden geïntegreerd, onder toezicht van DNB en AFM. De instelling moet voldoende rendement realiseren om financieel zelfstandig te kunnen opereren en geloofwaardig te zijn in de markt. Met een kernkapitaal van € 10-20 miljard kan de bank tot € 100 miljard of meer al dan niet risicodragend financieren in de vier speerpunten van het rapport – digitalisering en AI, veiligheid, energie‑ en klimaattechnologie, en life‑science –. Samen met het Nationaal Agentschap voor Baanbrekende Innovatie (NABI) vormt de NIB van overheidswege de financiële ruggengraat van de technologische keten, van onderzoek tot opschaling. Het rapport stelt een tijdlijn: wetgeving en oprichting binnen 100 dagen, operationele start binnen een jaar, volledige inzet binnen vijf jaar, waardoor de NIB een centrale rol speelt in Europese kapitaalmarktunie en Nederlandse strategische autonomie versterkt.

Voorbeelden van projecten voor de grote transities

De Nationale Investeringsbank (NIB) helpt met het overbruggen van de investeringskloof die Nederland belemmert in de energietransitie, duurzame landbouw, defensie‑innovatie, infrastructuur en waterbeheer, en het verdienvermogen van de economie en de digitale, AI- en industriële transitie (sleuteltechnologieën). Zonder een eigen kapitaaldienst mist de rijksoverheid de slagkracht om grootschalige, lange-termijn projecten te financieren—een tekort dat zelfs internationale instanties zoals het IMF al signaleren. De NIB biedt professioneel, politiek onafhankelijk krediet, risicodeling en publiek‑private samenwerking, waardoor projecten sneller, goedkoper en veiliger kunnen starten. Door de NIB beschermt Nederland haar economische veerkracht, versterkt ze de publieke financiën en zorgt ze voor een duurzame toekomst. Lees verder om te zien welke projecten door een NIB kunnen worden gefinancierd.

Overwegingen voor de kabinetsformatie

Het nieuwe regeerprogram zal staan of vallen bij een beter functionerende rijksoverheid met adequate financiële middelen. Om dat mogelijk te maken kan een Nationale Investeringsbank
(NIB) het verschil maken. Maar dan is substantieel meer nodig dan de combinatie van InvestNL en InvestInternational plus wat extra middelen. Versnippering van overheidsfondsen en financieringsregelingen van departementen en gebrek aan professionaliteit leveren voor private
financiers een ondoorzichtig, inefficiënt en onbegaanbaar geheel op. Daardoor ontbreken de mogelijkheden om grootschalig in te stappen en om projecten te realiseren die voor Nederland essentieel zijn. Het nationale spaaroverschot wordt niet voor investeringen in de toekomst van
Nederland aangewend, maar buiten Nederland belegd.

Minister Heinen geeft gehoor aan onze oproep

Minister Heinen zet nu een verkenning in naar een nationale investeringsbank. Hiermee gaat geen tijd verloren gedurende de demissionaire fase. Dat is positief, en doet recht aan de urgentie binnen een turbulente internationale omgeving.

Duitsland doet er een schepje bovenop

In het Duitse Regeerakkoord worden gedetailleerde voorstellen gedaan om de grote transities financieel mogelijk te maken. Lees regel 110 en verder in het hier onder te downloaden Koalitionsvertrag. Nederland zal in het nieuwe regeerakkoord een sprintje moeten trekken om Duitsland bij te blijven.

Dijsselbloem in Buitenhof

Burgemeester Jeroen Dijsselbloem verwoordde op zondag 8 juni jl de logica en urgentie van een nationale investeringsbank helder en overtuigend. De uitzending is via onderstaande link tebekijken.

Kamerbrede motie opsteker voor investeringsbank

Met een overgrote meerderheid heeft de Tweede Kamer  op 20 mei de motie Dassen Bontenbal aangenomen. In het dictum van de motie dringt de Kamer er bij de Regering op aan naar een volwaardige nationale investeringsbank toe te werken. Hier onder de link naar de motie.

Toelichtend memo op oproep

Ons bereiken veel positieve reacties op het voorstel. In de reacties wordt ook om toelichting en verduidelijking gevraagd. Ook zien wij dat er misverstanden bestaan. In onderstaand memo geven wij een nadere toelichting op de oproep om snel een investeringsbank op te richten. 

IMF roept op tot meer investeringen

In zijn jaarlijkse rapportage over de stand van onze economie concludeert het IMF dat de Nederlandse economie op capaciteitsgrenzen stuit. Het IMF pleit voor meer investeringen en minder koopkrachtbeleid. Een investeringsbank zou dit dilemma een stuk kleiner maken.

Het NFEO 2016 initiatief

Het NFEO rapport uit 2016 is de voorloper van het huidige voorstel. Het rapport bevat een gedetailleerde uitwerking door deskundigen en beschrijft de financiële aspecten, de governance en de stappen benodigd om de hervorming te realiseren.

NFEO rapport
Link